St. Anna Kerk
Hervormde Gemeente
Eck en Wiel
route >

Bijzondere reizen in de Bijbel

01-09-2017


Zwarte zaterdag: wekenlang van te voren word je al gewaarschuwd om niet op deze dag op vakantie te gaan. Als je de keuze hebt, kun je je reis beter een paar dagen vervroegen of juist wat later op reis gaan. Maar hoe was dat voor mensen in de tijd van de Bijbel? Hoe reisden zij en waarom?
Laat je inspireren door de reizen in de verhalen van Abraham, Tobit, Jozef en Maria en Paulus.

Van Charan naar de Negev-woestijn
 
Een van de eerste grotere reizen is de reis van Abram naar Kanaän. Abram wordt door God geroepen als hij in Charan woont, en hij gaat op weg. Samen met zijn vrouw Sarai, zijn neef Lot en al zijn bezittingen woont hij in tenten, en trekt als nomade rond.

De reis van Abram begon in Ur. Zijn vader, Terach, was van daaruit al vertrokken in de richting van Kanaän. Maar Terach was blijven wonen in Charan. En Abram trekt verder.

Over de reis van Abraham lees je in Genesis 12:1-9.

Van Dotan naar Egypte
 
Niet alle reizen waren vrijwillig. Jozef, de meesterdromer, wordt door zijn broers verkocht aan handelaars uit Gilead. Deze handelaars reizen met een karavaan vol dure kruiden en geurige oliën naar Egypte.

Reizen in een karavaan was slim: het was zo veel veiliger in de woestijn. Er bestonden verschillende belangrijke wegen waarlangs handelaars reisden. De bekendste waren de Koninklijke hoofdweg en de Kustweg.

Over de reis van Jozef lees je in Genesis 37:17-28.

Van Betlehem naar Moab naar Betlehem
 
Soms reisden mensen uit noodzaak. Een voorbeeld daarvan is Noömi. Samen met haar man en twee zonen reist ze van Betlehem (dat huis van brood betekent) naar Moab. Het land waar in andere verhalen de aartsvijanden van de Israëlieten wonen. Hier woont Noömi, hier overlijden haar man en zonen, maar ze krijgt hier ook twee schoondochters. En een van hen reist ook weer mee terug naar Betlehem.

Over de reis van Noömi lees je in Ruth 1:1-19.

Van Seba naar Jeruzalem
 
Reizen in de Bijbel waren zelden om zomaar een ander land te bekijken. De koningin van Seba doet dat wel: zij gaat op reis vanuit haar land Seba (waarschijnlijk te situeren in het huidige Jemen of Ethiopië) naar Jeruzalem, omdat ze gehoord heeft over de wijsheid van koning Salomo. Ze wil met eigen ogen zien of dat waar is.

De koningin lijkt, in tegenstelling tot andere koninginnen in de Bijbel, zelfstandig te regeren, zonder koning aan haar zijde. Ze maakt de lange reis met een karavaan: met veel dienaren en een grote groep kamelen die kostbare geschenken meenemen.

Over de reis van de koningin van Seba lees je in 1 Koningen 10:1-13.

Van Kaserin naar Nineve
 
Mensen reizen in de tijd van de Bijbel liever niet alleen. Er waren veel rovers die mensen konden overvallen onderweg. Het was dus veel gevaarlijker om alleen te reizen dan wanneer je met meerdere mensen reisde.

Het boek Tobit gaat over de Joodse man Tobit, die met zijn vrouw en zijn zoon Tobias tijdens de ballingschap in Nineve woont. Tobias gaat op reis om geld te halen voor zijn vader. Hij heeft een metgezel: de door God gezonden engel Rafaël. Ook zijn hond reist met hen mee van Kaserin naar Nineve. En dat is bijzonder, want honden hebben in bijbelse verhalen meestal geen positief imago.

Over de reis van Tobit lees je in Tobit 11:1-15.

Van Nazaret naar Betlehem
 
Over de reis van Jozef en Maria weten we eigenlijk bijna niets. In de Bijbel staat alleen dat ze van Nazaret naar Betlehem reisden. Maar hoe ze zich verplaatsten, weten we niet. De meeste reizigers gingen gewoon te voet. Gemiddeld konden mensen zo’n dertig kilometer per dag afleggen. Ook reisden mensen veel op ezels, of met wagens. Wagens met vier wielen werden vooral gebruikt om spullen te vervoeren, en wagens met twee wielen als personenvervoer.

Over de reis van Jozef en Maria lees je in Lucas 2:1-5.

Van Antiochië naar Cyprus
 
Paulus reist veel om overal over Jezus te vertellen. Hij reisde naar allerlei steden en ging daar dan ook wonen. Hij bleef soms wel twee jaar in een stad voor hij weer verder ging.

Paulus reisde veel per boot. Zijn eerste reis was samen met Barnabas, en begon in Antiochië. Vandaar trok hij eropuit om op andere plaatsen het evangelie te verkondigen.

Over een van de reizen van Paulus lees je in Handelingen 13:1-6.

Welke reis jij zelf ook maakt: met de auto, met de fiets in je eigen omgeving, of met het vliegtuig, deze verhalen uit de Bijbel kunnen met je meereizen. Zo gaat de Bijbel met je mee, ook op vakantie.

Deze blog is geschreven door Roelien Smit, vertaler en bijbelwetenschapper bij het Nederlands Bijbelgenootschap.